Skip to end of metadata
Go to start of metadata

Het testnetwerk is een netwerk van alle deelnemers. Het heeft als functie om nieuwe systemen van nieuwe toetreders of deelnemers te kunnen onderwerpen aan ketentesten. Hiermee kan in een netwerk, dat zich op hoofdlijnen gedraagt als het productienetwerk, worden gecontroleerd of aan alle eisen wordt voldaan.

Uitgangspunten

De voorwaarden om het testnetwerk te laten functioneren, zijn als volgt:

  • De staat van de preproductiecomponenten in het testnetwerk benadert zo veel mogelijk het productienetwerk.
  • Een herkenningsmakelaar MAG dienstverleners via haar preproductiecomponent toegang verlenen tot AD/MR/OD's van andere deelnemers en de simulator, mits dit niet tot overlast leidt.
  • Het uitvoeren van stresstesten MAG NIET zonder toestemming vooraf van alle te raken deelnemers.
  • Deelnemers MOGEN testmiddelen verschaffen aan dienstverleners die zijn aangesloten via een andere deelnemer.
  • De acceptatieomgeving dient om de eigen software te testen tegen de preproductiecomponenten van andere deelnemers.
  • Een deelnemer ZOU NIET MOGEN testen tegen de acceptatieomgeving van een andere deelnemer.
  • Alle deelnemers en de beheerorganisatie hebben testmiddelen in bezit, voor de preproductiecomponenten in het testnetwerk, voor elke authenticatiedienst en machtigingenregister, op elk toegetreden (of nog toe te treden) betrouwbaarheidsniveau.
  • Bij het deployen van een systeem in het testnetwerk dient voor een deelnemer of de beheerorganisatie helder te zijn welke build versie het systeem heeft. (Bijvoorbeeld door naamgeving, het displayen van het build nummer op de pagina of in een afgeleide (file).) Dit zodat kan worden nagegaan tegen welke versie van een systeem aan wordt getest. Bij de toetredingschecklists (Checklist simulator test en Checklist simulator testwordt altijd aangegeven tegen welke build versies is getest.
  • Acceptatiecomponenten in het testnetwerk MOETEN herkenbaar zijn aan de toevoeging (acc) in de displayname
  • Preproductiecomponenten in het testnetwerk MOETEN herkenbaar zijn aan de toevoeging (preprod) in de displayname
  • Voor beschikbaarheid van preproductiecomponenten in het testnetwerk wordt een inspanningsverplichting en een meldplicht van verstoringen afgesproken.
  • Verzoeken van deelnemers om meer informatie betreffende een fout (op een systeem) in het testnetwerk ZOU binnen één werkdag beantwoord MOETEN worden.
  • Het in bezit hebben van testmiddelen door deelnemers en dienstverleners impliceert dat deze testmiddelen ook te allen tijde kunnen werken. Dat wil zeggen dat de uitgevers van deze middelen zich hiermee verplichten een soortgelijk serviceniveau te leveren als bij productiemiddelen het geval is.
  • Issues en verstoringen betreffende het testnetwerk worden gemeld in de issuetracker Mantis.
  • De metadata en dienstencatalogus voor het testnetwerk zullen ad hoc verspreid worden, als de noodzaak zich aandient. Deze zullen op dezelfde manier als binnen het productienetwerk worden aangeboden aan de deelnemers.
  • Een deelnemer MAG haar acceptatie- en preproductiecomponenten NIET afsluiten voor andere deelnemers.
  • De deelnemers MOETEN zowel voor de acceptatie- als de preproductieomgeving gebruik maken van PKIoverheid certificaten. Dit geldt voor zowel het signing- als encryptiecertificaat. Deze omgevingen moeten immers zo veel als mogelijk gelijkwaardig aan de productieomgeving zijn.
  • Acceptatiesystemen die het BSN-domein bedienen MOGEN in het testnetwerk naast urn:etoegang:1.9:EntityConcernedID:BSN ook EntityConcernedID:BSNsim en EntityConcernedID:BSNacc ondersteunen om zo in staat te zijn zelf beter te (keten)testen.

  • Preproductiesystemen die het BSN-domein bedienen MOETEN in het testnetwerk naast urn:etoegang:1.9:EntityConcernedID:BSN ook EntityConcernedID:BSNsim en EntityConcernedID:BSNacc ondersteunen om andere deelnemers in staat te stellen goed te kunnen (keten)testen.